Een BCD kan een uitkomst zijn

Naast ‘achter het oor’ en ‘in het oor’ hoortoestellen kan een kunstmatig gehoor in de vorm van een implantaat een uitkomst zijn voor mensen die niet of nauwelijks horen. Het cochleair implantaat (CI), botverankerde hoorsystemen (BCD), hersenstamimplantaat ABI en middenoor implantaten behoren tot de mogelijkheden. We gaan in dit artikel in op het BCD.

Credits foto: Maartje Kunen, Medical Visuals

Sinds 1985 plaatsen Nederlandse KNO-artsen gehoorimplantaten. Dat waren destijds vaak cochleaire implantaten (CI). Die nemen een deel van het hoorproces over. Als de haarcellen in het binnenoor beschadigd zijn, kan een CI ze soms vervangen. Voorwaarde voor succes is dat slakkenhuis en gehoorzenuw goed functioneren. Anders gaat het geluidssignaal alsnog verloren. Er is ook een gehoorimplantaat beschikbaar dat een deel van het hoorproces overneemt: het hersenstamimplantaat.

Middenoorimplantaat

Een middenoorimplantaat is een hoortoestel waarvan het hele toestel of alleen de sensor onder de huid zit. Dat is een optie als een normaal hoortoestel geen oplossing is. Bijvoorbeeld als je gehoorgang gevoelig is voor ontstekingen en je de afsluiting van de gehoorgang met een oorstukje niet verdraagt. Een middenoorimplantaat kan een oplossing zijn, afhankelijk van de aard en de mate van het gehoorverlies. Actieve middenoorimplantaten maken gebruik van mechanische energie om de structuren van het binnenoor te stimuleren. Per implantaat gebeurt dit op een specifieke manier. 

Botverankerd systeem (BCD)

Een KNO-arts of audioloog kan een botverankerd hoorsysteem voorschrijven als een gewoon hoortoestel niet te verdragen is. Bijvoorbeeld bij regelmatig terugkerende looporen en/of ontstekingen. Sommige mensen zijn allergisch voor het materiaal van een oorstukje en krijgen daardoor eczeem in de gehoorgang. Ook voor mensen met een aangeboren incomplete of afwezige gehoorgang kan een BCD uitkomst bieden. Een voorwaarde is dat het binnenoor redelijk goed functioneert. Met behulp van een BCD is het geluid van de dove zijde, via beengeleiding, te geleiden naar het binnenoor van het horende oor. Bij mensen met éénzijdige doofheid (SSD) is deze hooroplossing uitgebreid te testen via een BCD op een beugel.

Beenbegeleiding

Het BCD is opgebouwd uit drie onderdelen: het implantaat (titaniumschroef), het abutment (verbinding tussen implantaat en hoortoestel) en het hoortoestel (het BCD zelf). Het uitwendige hoortoestel vangt geluid op en zet dit om in trillingen. Een titanium implantaat leidt deze trillingen via een koppelstuk, dat in het bot van de schedel is verankerd, naar het binnenoor. Deze overbrenging van geluid heet beengeleiding. De gehoorgang, het trommelvlies en de gehoorbeentjes worden niet gebruikt voor de geleiding van het geluid.

Belang van goede hygiëne

Kom je in aanmerking voor een BCD, dan kom je eerst op een wachtlijst voor een operatie. Tijdens de operatie wordt de titanium schroef onder algehele of plaatselijke verdoving geïmplanteerd. Dit is een kortdurende ingreep. Na de operatie heeft het bot tijd nodig om rond de schroef te groeien en die te verankeren. Dit duurt meestal zes tot acht weken. Bij kinderen geldt een vergelijkbare, maar aangepaste procedure. De arts besluit wanneer het BCD op het implantaat te plaatsen is. In het audiologisch centrum stellen ze je botverankerd hoortoestel op jouw gehoorverlies in. Bij het plaatsen van het implantaat is goede nazorg van de huid rondom het implantaat nodig. Een slechte hygiëne is de meest voorkomende oorzaak van huidreacties, die ervoor kunnen zorgen dat je de BCD minder goed verdraagt. Ook kunnen huidreacties de hoorschroef afstoten.

Twee fabrikanten

Cochlear was de eerste fabrikant en dertig jaar lang de enige met een bot verankerd beengeleidingshoortoestel, onder de merknaam Baha, een afkorting voor ‘bone anchored hearing aid’. Sinds een paar jaar is er een tweede fabrikant op de markt: Oticon Medical met de Ponto. In het algemeen spreken we nu over bone conduction devices (BCD).

Relevante links


Publicatiedatum: 18 februari 2019