Les 4 Oefenen met getallen en medeklinkers

Aandachtspunten
a. Let op de mimiek van de spreker maar ook op die van jezelf.
b. Ga tijdens het oefenen in een kring niet steeds op dezelfde plaats zitten.
c. Je kunt ook van opzij afzien.
d. Gelijktijdig de spreekbewegingen met de spreker meedoen.
e. Probeer mee te denken met de spreker.

Herhaling: oefen getallen door huisnummers/ telefoonnummers van elkaar af te zien.
Ook in: wanneer ben je jarig?

Vragen

Vragen beginnen vaak met een vraagwoord zoals:
wie, wat, waar, wanneer, hoe, waarom, waarmee, hoelang
Een vraag is ook te herkennen aan de gezichtsuitdrukking.
Maak zelf zinnen met vraagwoorden zoals:
Waar is mijn trui? Hoe laat eten we? Wie komt er vanavond?

Informatie: medeklinkers

Ook de medeklinkers onderscheiden we naar de manier waarop ze worden gevormd.Het is belangrijk te weten welke medeklinkers hetzelfde mondbeeld geven.

p – b – m: de lippen op elkaar.

maart – baard – paard: er is geen verschil in mondbeeld. Het woord kan alleen herkend worden in combinatie met andere woorden:
Het voorjaar begint 21 maart.
Hij laat zijn baard staan.
Hij is van zijn paard gevallen.

f – v – w: de onderlip komt tegen de boventanden.

fel – wel – vel: er is geen verschil in mondbeeld. Het woord kan alleen herkend worden in combinatie met andere woorden:
De zon schijnt fel.
Dat weet je wel.
Heb je een vel papier voor mij?

Oefening:

maak een boodschappenlijst voor de supermarkt:
artikelen die beginnen met p, b en m en
artikelen die beginnen met f, v en w

Als afsluiting:

spreekwoorden bij elkaar afzien. Bedenk er zelf nog meer!

1. Kleine potjes hebben grote oren.
2. Wie de schoen past trekke hem aan.
3. Spijkers op laag water zoeken.
4. De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet.
5. Als er één schaap over de dam is volgen er meer.