Gevolgen voor je gevoelsleven

Onzekerheid

Het gevoel dat er elk moment een aanval kan komen, kan je angstig en onzeker maken. Ook de periode na de eerste aanval en voor diagnose van Ménière is een onzekere periode. Het beloop van de ziekte is eigenlijk niet te voorspellen. Er wordt nogal eens gezegd dat de klachten in verloop van vijf jaar uitdoven, maar er zijn personen die langer klachten blijven houden.

Angst

Iedereen met Ménière kent de angst voor een aanval tijdens het onderweg zijn, in auto, trein of bus of tijdens het winkelen. Het komt ook wel eens voor dat iemand aan de kant van de weg zit en niet geholpen wordt, omdat omstanders denken dat de inzittende dronken is – dat is natuurlijk niet het geval! Of iemand is –vanwege een aanval – niet bij de goede trein- of bushalte uitgestapt maar doorgereden tot het eindpunt. Velen vermijden uitstapjes alleen, zeker in een periode van aanvallen.

Voorbereid zijn op een aanval kan enigszins de angst verminderen. Sommige mensen dragen altijd een briefje bij zich waarop staat dat zij de ziekte van Ménière hebben en waarin zij vragen of de lezer iemand of een taxi wil te bellen. Het kan ook handig zijn altijd plastic zakken bij je te hebben, om op te zitten of in te braken, en verfrissingsdoekjes en een flesje water. Daarnaast kunnen gesprekken met lotgenoten of bijvoorbeeld een maatschappelijk werker, met zo nodig verwijzing naar een psycholoog of psychiater zinvol zijn. Belangrijk is namelijk dat de angst voor aanvallen niet het leven gaat beheersen.

Depressiviteit

Sommige mensen met Ménière krijgen last van depressieve gevoelens. Dit speelt vooral bij degenen die hun klachten maar niet onder controle kunnen krijgen. Bespreek dit met je arts. Sommige mensen komen in een sociaal isolement terecht, omdat ze door hun evenwichtsprobleem en slechthorendheid niet meer alleen naar buiten durven. Psychologische hulp is hiervoor de juiste oplossing.