VUmc en VU openen centrum voor ondersteuning bij ontwikkeling slechthorende kinderen

In Nederland kampen 1,5 miljoen mensen met gehoorproblemen. Slechthorende kinderen zijn een extra kwetsbare groep, omdat ze vanwege hun slechthorendheid een achterstand in hun ontwikkeling kunnen oplopen. Het Language and Hearing Center Amsterdam (LHCA) van VUmc en VU dat onlangs is geopend, richt zich op deze kinderen. Hoe kunnen zij in hun ontwikkeling worden ondersteund?

VUmc-audioloog Theo Goverts: “Ouderen die slecht horen hebben meestal wel goede talige vaardigheden, en dat helpt ze bij het dagelijks functioneren. Waar het oor te kort schiet, vult het talige brein aan. Bij slechthorende kinderen is dat niet zo: hun taal is immers nog in volle ontwikkeling. Door een verminderd gehoor hebben deze kinderen een extra handicap om mee te doen op school en later in de maatschappij. Dat gaan we aanpakken met ons nieuwe centrum.”

VUmc en Geesteswetenschappen VU werken al enige jaren samen op het gebied van onderwijs en onderzoek naar ‘taal en gehoor’. Het onderzoek op het snijvlak van taal en gehoor richt zich onder andere op het effect van gehoorverlies op de gesproken taalvaardigheden. VU-hoogleraar Martine Coene: “Als kinderen niet goed horen lopen ze het risico om belangrijke elementen in de grammatica van de gesproken moedertaal te missen. We zijn al geruime tijd bezig om te onderzoeken welke factoren van invloed zijn op de taalontwikkeling van slechthorende kinderen. De resultaten van dit onderzoek zijn uiteraard van belang voor het verbeteren van de behandeling en de participatie van deze kinderen”.

Complexe interactie tussen taal en gehoor
Het LHCA richt zich op de complexe interactie tussen taal en gehoor en heeft daarbij speciale aandacht voor kinderen die slechthorend geboren zijn. De afgelopen jaren gaan deze kinderen steeds minder vaak naar het speciaal onderwijs. In het kader van de Wet Passend Onderwijs gaan zij naar reguliere scholen. Deze scholen zijn vaak minder goed toegerust om de ontwikkeling van deze kinderen goed te monitoren en te zorgen voor extra maatregelen om een adequaat aanbod van taal te garanderen.

Het LHCA richt zich op deze problemen en zoekt met professionals uit verschillende disciplines naar oplossingen voor dit ingewikkelde vraagstuk. Goverts: “We gaan vaststellen wat de kwaliteit en kwantiteit is van spraak die kinderen dagelijks krijgen aangeboden in de schoolsituatie en hoe zich dat verhoudt tot wat deze specifieke groep kinderen nodig heeft. Juist in alledaagse, rumoerige omstandigheden schiet hun gehoor vaak tekort”. Coene: “Vanuit taalwetenschappelijke hoek is onder meer de relatie tussen talige ontwikkeling en schoolse vaardigheden bij slechthorende kinderen een speerpunt in het onderzoek. Drie jonge onderzoekers gaan hiermee aan de slag die zowel naar audiologische als talige factoren zullen kijken.”

Onderzoek en tips
Stichting Hoormij is verheugd dat het VU/VUmc door middel van het LHCA nader onderzoek gaat doen naar de complexe interactie tussen taal en gehoor en de specifieke aandacht hierbij voor slechthorende kinderen in het onderwijs. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom slechthorende kinderen problemen ervaren met taal en spraak. Zaken als de akoestiek van het lokaal, het gebruik van hulpmiddelen, de taalvaardigheid van een kind, in hoeverre de leerkracht er rekening mee houdt, spelen allemaal een rol. Nader onderzoek kan op al die gebieden positief effect hebben op de ontwikkeling van het slechthorende kind.

Het project Erbij Horen van Stichting Hoormij en FODOK is vooral gericht op het meedoen in de groep en op empowerment. Dit project wordt dit jaar afgerond, maar ook daarna zullen we praktische tips blijven verzamelen ten behoeve van de doelgroep. Wellicht dus ook tips die vanuit het LHCA worden aangedragen.


Publicatiedatum: 09 maart 2016