Onderzoek naar angst en depressie bij Ménière-patiënten en hun partners

In 2011 is Marise Kaper afgestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen (RuG) op een onderzoek naar de relatietevredenheid van patiënten en van partners die te maken hebben met de ziekte van Ménière. Soraya Nieuwburg, ook studente aan de RuG, is verder gegaan met het onderzoek van Marise Kaper.

Met behulp van de al verzamelde informatie heeft zij ingezoomd op het welbevinden van de koppels. In juni 2012 heeft Soraya Nieuwburg haar afstudeerscriptie afgerond. Daarin onderzocht zij de mate van angst en depressie binnen koppels die te maken hebben met de ziekte van Ménière.

Koppels
In het onderzoek wordt om te beginnen een onderscheid gemaakt in twee soorten koppels. Aan de ene kant zijn er koppels waarin beide partners gelijk zijn in de mate van ervaren angst of depressie. Zowel de patiënt als de partner is dan bijvoorbeeld angstig (dat wordt in de scriptie aangeduid met de term ‘congruent koppel’).
Aan de andere kant zijn er koppels waarin de patiënt en de partner verschillen in de mate van ervaren angst of depressie. Een voorbeeld hiervan is dat de patiënt wel depressief is en de partner niet (in de scriptie wordt dit aangeduid met ‘complementair koppel’).

Uit het onderzoek van Nieuwburg komt naar voren dat het over het geheel genomen goed gaat met het welbevinden van de koppels. In de meeste koppels ervaren zowel patiënten als hun partners weinig angst of depressie. Van de koppels waarin wel angst of depressie wordt ervaren door één van de partners, is het meestal de patiënt die hiermee te maken heeft. Slechts in een aantal gevallen is het alleen de partner zonder ziekte van Ménière die angstig of depressief is. Bovendien is er maar een klein aantal koppels waarin beide partners angstig of depressief zijn.

Kenmerken
Verder heeft Soraya Nieuwburg onderzocht of de congruente en complementaire koppels verschillen in een aantal demografische kenmerken en ziektekenmerken. Er blijken geen verschillen te zijn voor de volgende kenmerken: het geslacht van de patiënten, de leeftijd van patiënten en partners, de duur van de relatie en de duur van de ziekte. Wel werd een verschil gevonden tussen de congruente en complementaire koppels in de ervaren ernst van de ziekte in de afgelopen 3 maanden. Koppels, waarin beide partners niet angstig of depressief zijn, ervaren de minste symptomen. Koppels waarin beide partners angstig zijn, ervaren de patiënten meer draaiduizeligheid. In de koppels waar de patiënt depressief is en zijn of haar partner niet, ervaart de patiënt de afgelopen 3 maanden de meeste symptomen van de ziekte van Ménière.

Klik hier om het volledige onderzoeksrapport te bekijken. 
Lees hier het artikel over het onderzoek van Marise Kaper naar de relatietevredenheid van 'Ménière-stellen'.

Meer onderzoeken over de ziekte van Ménière? Klik hier.


Publicatiedatum: 01 oktober 2012