Logopediewetenschapper Ellen Gerrits pleit voor meer aandacht voor TOS

Hoogleraar logopedie Ellen Gerrits maakt zich hard voor mensen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS). En dat is nodig. TOS is nog onbekend maar komt zeker zo vaak voor als dyslexie en vaker dan autisme. Gerrits: “7% van de kinderen in de leeftijd van 5 jaar heeft TOS. Dat komt neer op ongeveer twee kinderen per schoolklas”. Kinderen met TOS hebben moeite met taal. Ze hebben moeite met praten, het maken van zinnen en het leren van woorden. En ze vinden het lastig om verbale informatie te verwerken. Gerrits: “De meeste mensen die iemand tegenkomen met TOS denken ‘je bent gewoon dom en daarom praat je een beetje raar’ maar er is meestal niets mis met de intelligentie van iemand met TOS.”

Onverstaanbaar

Bij jonge kinderen signaleren ouders en het consultatiebureau meestal dat het kind later gaat praten en minder snel heel veel woorden gebruikt. Soms zijn kinderen onverstaanbaar en hebben ze moeite met het klanksysteem. Gerrits: “Jonge kinderen zeggen allemaal eerst ‘naan’ in plaats van ‘banaan’ maar bij kinderen met TOS duurt het langer voor dit over gaat. Verder maken ze vaak kortere zinnen en laten ze werkwoorden weg.”

TOS voorkomen

Hoe eerder je met de behandeling van een taalontwikkelingsstoornis start hoe beter. Gerrits werkt binnen het onderzoek van Dynamics of Youth samen met neurowetenschappers en neurobiologen om onderzoek te doen naar de vroege ontwikkeling van kinderen. Binnen het thema “De 1001 eerste dagen in het leven van een kind" kijken zij naar de relatie tussen taal en cognitie. “Het zou fantastisch zijn als onderzoek met een minibrein in het lab leidt tot inzichten waarmee we TOS vroeger en beter kunnen herkennen. Kunnen we door deze interdisciplinaire samenwerking meer te weten komen over de vroege ontwikkeling van het brein en de factoren van buitenaf die deze ontwikkeling beïnvloeden? En kunnen we dan op basis van die informatie TOS voorkomen? Dat zijn vragen waar wij ons over buigen.”

Taalscreening

Verder werkt zij samen met maatschappelijke partners zoals de gemeente Utrecht. “Met de gemeente hebben we gekeken hoe je taalinput van ouders in kaart kunt brengen en welke taalscreening het meest geschikt is om bij tweejarige kinderen een taalachterstand te signaleren. TOS kan je niet signaleren, een taalachterstand wel.” Deze screening wordt uitgevoerd door het consultatiebureau. Zij werken sinds kort met een nieuwe taalscreening zodat jeugdartsen een taalachterstand beter kunnen signaleren en ernaar handelen. Een taalachterstand kan verschillende oorzaken hebben. Gerrits: “Soms heeft een kind gehoorproblemen of kent het weinig Nederlandse woorden maar heeft het een grote woordenschat aan Turkse woorden. Soms is er sprake van TOS”. Het kind wordt na screening doorverwezen naar een audiologisch centrum waar een team van logopedisten, audiologen en psychologen het kind onderzoekt, de oorzaak van de taalachterstand bepaalt en een advies geeft over het behandel- of onderwijstraject. Behandeling bestaat altijd uit taaltherapie door een logopedist.

Meer uitdaging

“Voor kinderen met TOS is het heel lastig om mee te komen op school. Vaak ontstaan door miscommunicatie ook gedragsproblemen.” Zij hebben moeite met het volgen van de veelal talige en complexe instructie die wordt geboden in de klas. Daarnaast is er sprake van een trage informatieverwerking. Soms biedt speciaal onderwijs een uitkomst hoewel Gerrits ook de voordelen ziet van Passend Onderwijs waarbij kinderen met ondersteuning naar het reguliere onderwijs gaan en beter voorbereid zijn op de ‘echte wereld’. “In het speciaal onderwijs werken logopedisten en speciaal getrainde leerkrachten die precies weten hoe ze om moeten gaan met iemand met TOS, maar in de echte wereld vind je deze mensen meestal niet”. 

Grotere kans op TOS dan op autisme

Het zou volgens Gerrits goed zijn als meer mensen kennis hebben van deze stoornis. “Ouders moeten het alsmaar uitleggen. Voor een kind is het veel makkelijker om te zeggen dat het dyslexie heeft, dat kent iedereen, TOS niet.” En we weten ook dat er minder onderzoeksgeld wordt vrij gemaakt voor TOS omdat het een onbekende stoornis is. Veel minder dan bijvoorbeeld voor autisme terwijl er veel meer kinderen zijn met TOS ”.

Boegbeeld

Volgens Gerrits is het feit dat mensen met TOS moeite hebben met communiceren een belangrijke oorzaak van de onbekendheid van TOS. “Ze zouden eigenlijk een TOS-boegbeeld moeten hebben maar deze zijn niet gemakkelijk te vinden. Ook omdat communiceren moeizaam gaat en mensen met TOS niet snel naar buiten treden”.    
Bron: Universiteit Utrecht

Relevante link

  

Publicatiedatum: 26 september 2018