Dove en slechthorende baby’s gebaat bij vroege gehoortest

Dankzij het vervroegde moment waarop pasgeborenen in Nederland een gehoortest ondergaan, wordt gehoorverlies eerder ontdekt en krijgen dove of ernstig slechthorende baby’s tegenwoordig al een passende behandeling voor zij zes maanden oud zijn. Dit voorkomt onnodige beperkingen in de spraak-taalontwikkeling en heeft ertoe geleid dat veel kinderen betere hoormogelijkheden hebben gekregen.

Deze en andere resultaten van 10 jaar gehoorscreening bij pasgeborenen worden vandaag gepresenteerd door de NSDSK, het landelijk kenniscentrum voor de neonatale gehoorscreening. Dit jaar viert de NSDSK haar 60-jarig jubileum.
Baby’s in Nederland krijgen al in de eerste weken na de geboorte een gehoortest. Voor kinderen met een blijvend gehoorverlies start al een passende interventie (hoortoestel, gebarenlessen,  gezinsbegeleiding) voordat het kind een half jaar oud is, vaak zelfs aanzienlijk eerder. Dankzij deze vroegbehandeling lopen zij minder achterstand op in de spraak-taalontwikkeling. Ook krijgen steeds meer dove en ernstig slechthorende kinderen steeds vroeger een cochleair implantaat, waardoor zij hun spraak en taal beter kunnen ontwikkelen. Kortom, de ontwikkelingsmogelijkheden van jonge dove- en slechthorende kinderen zijn aanzienlijk toegenomen ten opzichte van 10 jaar geleden. Dit concludeert de NSDSK vandaag op een symposium over tien jaar neonatale gehoorscreening in Doorn.

Ingrijpende veranderingen
Tien jaar geleden kregen baby’s pas op de leeftijd van 9 maanden de gehoorscreening aangeboden. Interventies gingen nog later van start en cochleair implantaten voor kinderen waren toen nog niet gebruikelijk. Studies toonden aan dat de signalering van kinderen met gehoorproblemen niet vroeg genoeg was om een optimaal effect te hebben op de ontwikkelingsmogelijkheden van het jonge kind. De NSDSK kreeg de opdracht om in vier jaar (2002-2006) de neonatale gehoorscreening in te voeren in de jeugdgezondheidszorg in  Nederland. Met de landelijke invoering is ook de leeftijd vervroegd waarop een gehoorverlies wordt ontdekt en daarmee ook de leeftijd waarop wordt gestart met behandeling en begeleiding. Sindsdien wordt 99% van de pasgeborenen al vlak na geboorte getest door het consultatiebureau. Van deze kinderen wordt minder dan 0,5% verwezen naar een audiologisch centrum voor nadere diagnostiek. Uiteindelijk blijkt bij ongeveer 1 op de 1000 baby’s een blijvend gehoorverlies aan beide oren van 40 dB of meer. Zodra dit is vastgesteld kan behandeling snel van start gaan.

Als gevolg van de screening is ook de leeftijd waarop kinderen zo nodig een cochleair implantaat (CI) krijgen vervroegd. Ongeveer 95% van alle jonge dove en ernstig slechthorende kinderen krijgt een of twee CI’s, waarvan velen al rond hun eerste verjaardag. Ook de huidige generatie hoortoestellen is van een betere kwaliteit dan die van 10 jaar geleden, waardoor hoormogelijkheden voor slechthorende kinderen aanzienlijk zijn toegenomen. De ervaring is dat steeds meer matig slechthorende kinderen en kinderen met CI communiceren in gesproken taal en naar het regulier onderwijs gaan.

Verhalen
Ook in het kader van het jubileum, wordt morgen het eerste exemplaar van het boek ‘Zo hoor ik’ uitgereikt. Als een kind doof of slechthorend is, heeft dat vaak grote impact op het gezin. Achter elk kind met gehoorverlies gaat een verhaal schuil. Over de oorzaak, de onzekerheid, de zorgen, het onbegrip, de begeleiding en de acceptatie. In Zo hoor ik vertellen ouders van jonge kinderen met gehoorverlies over hun ervaringen. Daarnaast geven professionals uitleg over de manier waarop zij deze kinderen de best mogelijke zorg en begeleiding bieden. En delen experts uit het vakgebied hun visie op enkele belangrijke vraagstukken. Vanaf maandag 7 oktober is het verkrijgbaar via nsdsk.nl en bol.com.

Lees in HOREN Magazine oktober, dat over twee weken verschijnt, een uitgebreid artikel over de jubilerende NSDSK,  onder andere over hoe de NSDSK het dove dochtertje van Eveline begeleidt.

Publicatiedatum: 03 oktober 2013