Combinatie gentherapie en cochleaire implantatie moet zorgen voor beter gehoor

Door via een cochleair implantaat gentherapie toe te passen in het slakkenhuis zou het gehoor verbeterd kunnen worden. Dat ontdekten onderzoekers van de Universiteit van New South Wales in Sydney, Australië. OPCI en de Vlaamse CI-organisatie ONICI maken er melding van, op basis van een artikel in het wetenschappelijk tijdschrift 'Science Translational Medicine' in april van dit jaar.

Als de haarcellen in het slakkenhuis afsterven, vermindert ook de werking van aangrenzende neuronen (zenuwcellen). Zo ontstaat er een soort gat tussen deze zenuwcellen en de elektroden van het implantaat. Daarom gebruikten Gary Housley en zijn collega-onderzoekers een proces dat 'elektro-poratie' genoemd wordt. Terwijl een cochleair implantaat wordt geplaatst, wordt er DNA in het slakkenhuis geïnjecteerd. Door impulsen via de elektroden van het CI ontstaan poriën in de celwanden, waardoor het DNA (neurotrophine gen) de cellen kan binnendringen. Zo wordt de groei van zenuwcellen richting de elektrodenbundel van het CI gestimuleerd. Hierdoor wordt het gat overbrugd.

Testresultaten
Deze procedure werd uitgetest op marmotten en na enkele weken stelden de onderzoekers al vast dat de gehoorzenuw van deze dieren sneller reageerde op geluidssignalen van het implantaat, wat zou kunnen leiden tot beter horen. Housley en zijn team werken nu samen met de CI-firma Cochlear om in klinische studies deze techniek te gaan toepassen bij mensen die geïmplanteerd worden.

"Wij zijn nog ver van het dagelijks gebruik van deze techniek, maar het brengt ons toch weer een stap dichter naar een betere hoorkwaliteit via een cochleair implantaat", melden de onderzoekers in Science Translational Medicine.

Publicatiedatum: 29 oktober 2014