Operatie

Tijdens een brughoektumoroperatie wordt de complete tumor verwijderd, althans dat is het streven. De operatie wordt uitgevoerd door een kno-arts en/of een neurochirurg. Een kleine tumor is gemakkelijker te verwijderen dan een grote. Het verwijderen van een brughoektumor is een grote operatie, waarvan het herstel minstens enkele weken in beslag neemt.

De tumor verwijderen

Voor een operatie bespreek je samen met de kno-arts (en zo je wilt je familie) het behandelingsvoorstel. Ook de risico’s en eventuele gevolgen komen hierbij uitgebreid aan de orde.

De behandelend kno-arts zal verder de volgende zaken bespreken:

  • details over de operatie;
  • operatieduur;
  • opnameduur (gemiddeld één week);  
  • eventuele noodzaak voor opname op de intensive care;
  • mogelijke complicaties en de kans hierop; en
  • eventuele restverschijnselen

Ook het soort operatie wordt besproken:

  • Door het oor (Translabyrinthair)
  • Boven het oor (middle fossa)
  • Achter het oor (retrosigmoïdaal of suboccipitaal)

Complicaties

De complicaties die kunnen optreden bij een brughoektumoroperatie verschillen niet wezenlijk van de complicaties die bij andere operaties in het hoofd kunnen optreden. Denk hierbij aan problemen gerelateerd aan de narcose, zoals bloedingen en infecties. Verlies van hersenvocht via de operatiewond of via de neus kan voorkomen. In dit geval is het in de regel vrij gemakkelijk met een kleine aanvullende ingreep te verhelpen.

Nabehandeling

Na de operatie vindt poliklinische controle plaats. Meestal wordt er 3 maanden na de ingreep een MRI-controleonderzoek verricht, met als doel een uitgangspunt te hebben voor de verdere, meestal jaarlijkse, controle, oftewel een Wait&Scan-beleid. Dit beleid is vooral van belang wanneer bij operatie een stukje van de tumor is achtergebleven.

Restverschijnselen na operatie